ter leering ende vermaeck…..

Tibetaanse gebedsvlag

dscn2832.JPG

Traditioneel komen gebedsvlaggetjes in sets van vijf, van elke primaire kleur één plus wit en groen. De vijf kleuren staan voor de vijf elementen. Blauw staat voor “hemel”, wit voor “wind”, rood voor “vuur”, groen voor “water” en geel voor “aarde”. Tegelijkertijd staat elke kleur voor een van de vijf dhyani-Boeddha’s: blauw voor Akshobhya Boeddha, wit voor Ratnasambhava Boeddha, rood voor Amitabha Boeddha, groen voor Amoghasiddhi Boeddha en geel voor Vairocana Boeddha.

In het böngeloof werden door priesters vlaggetjes met deze vijf kleuren gebruikt bij rituele ceremonies. Volgens de Tibetaanse geneeskunde is gezondheid het gevolg van harmonie en evenwicht tussen de vijf elementen.

Centraal op een vlaggetje staat een afbeelding van een ta (een sterk paard), dat drie juwelen op zijn rug draagt. De ta symboliseert snelheid en de omschakeling van ongeluk naar voorspoed. De drie juwelen staan symbool voor de Boeddha, de dhamma (de boeddhistische leer) en de sangha (de boeddhistische gemeenschap), de drie hoekstenen van het Tibetaans boeddhisme.

Rondom de ta staan verschillende variaties op rond de twintig traditionele mantra’s, elk gericht tot een bepaalde godheid (in het Tibetaanse boeddhisme zijn goden niet zozeer aparte persoonlijkheden maar eerder verschillende “aspecten van het goddelijke”). Sommige van deze mantra’s worden toegeschreven aan de drie belangrijke Tibetaanse bodhisattva’s: Padmasambhava, Tsjenrezig (de patroon van het Tibetaanse volk) en Manjushri.

Vaak staan naast de mantra’s gebeden voor een lang en voorspoedig leven van degene die het vlaggetje ophangt.

Afbeeldingen of namen van vier legendarische dieren staan in de hoeken van het vlaggetje: de draak, de garoeda, de tijger en de sneeuwleeuw.

Veronderstelde werking:

Gebedsvlaggetjes worden verondersteld vrede, compassie, kracht en wijsheid te verspreiden. Tibetanen geloven dat bij het wapperen in de wind de gebeden en mantra’s opstijgen naar de goden, die voorspoed brengen aan de ophanger, zijn familie, vrienden, bekenden en zelfs vijanden.

Door de vlaggetjes op hoge plekken op de hangen kan de ta, het windpaard, de zegeningen naar alle levende wezens brengen. Daarbij wordt de lucht zelf door de vlaggetjes gezuiverd.

Oude vlaggetjes verliezen vaak door weer en wind hun kleuren. Men gelooft dat dit komt doordat de gebeden langzaam worden opgenomen in de omgeving. Net als het leven een cyclus van dood en wedergeboorte is, hangen Tibetanen nieuwe vlaggetjes op naast de oude, om het zelfvernieuwende aspect aan het leven te symboliseren.

 

  • Both comments and trackbacks are currently closed.
  • Trackback URI: http://www.jambudel.net/ladakh/wp-trackback.php?p=259
  • Comments RSS 2.0

Comments are closed.